Nieuw netwerk moet Caribische stem versterken bij herstel koloniaal erfgoed

WILLEMSTAD – Culturele organisaties op Curaçao, Aruba en Bonaire moeten een grotere rol krijgen in het debat over de gevolgen van kolonialisme en slavernij. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht werken daarom aan een permanent Dutch Caribbean Network for Cultural Justice, waarin organisaties op de eilanden en in Nederland kennis en ervaringen moeten uitwisselen.
Het netwerk komt voort uit het onderzoeksproject REPAIR – Learning Cultural Justice from the ABC Islands. Volgens de initiatiefnemers moet daarbij nadrukkelijk niet Nederland bepalen wat herstel voor de eilanden betekent. Het uitgangspunt is juist dat kennis en ervaringen van Caribische culturele organisaties centraal komen te staan.
Op 22 september presenteren organisaties van Aruba, Bonaire en Curaçao hun ervaringen tijdens een openbare bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Een dag later komen culturele organisaties en andere betrokkenen bijeen in het Eye Filmmuseum om te bespreken hoe het nieuwe netwerk verder vorm moet krijgen.
Rollen omdraaien
Volgens onderzoeker Camila Malig is het bewust de bedoeling om de gebruikelijke kennisverhouding tussen Nederland en het Caribisch gebied om te draaien.
Nederlandse universiteiten en erfgoedinstellingen hebben veel onderzoek gedaan naar kolonialisme, slavernij en herstel, maar daarbij ligt de nadruk volgens haar vooral op de Nederlandse situatie. REPAIR kijkt juist naar wat culturele organisaties op de eilanden zelf doen en welke ideeën daar bestaan over herstel en culturele rechtvaardigheid.
Malig zegt dat de ervaringen van Caribische professionals het vertrekpunt moeten zijn voor kennis over wat er moet worden hersteld en hoe dat kan gebeuren.
De keuze voor Aruba, Bonaire en Curaçao hangt volgens haar mede samen met het feit dat het debat over herstel daar minder internationaal zichtbaar is. De drie eilanden maken geen deel uit van bredere regionale initiatieven zoals de CARICOM Reparations Commission.
Ook verschillen hun posities binnen het Koninkrijk. Aruba en Curaçao zijn autonome landen, terwijl Bonaire onderdeel is van Nederland. Dat leidt volgens Malig tot verschillen in beleid, financiering en besluitvorming over cultureel erfgoed.
Geen vaste definitie
REPAIR werkt niet met één vooraf vastgestelde definitie van herstel. Onderzoeker Jamila Mascat zegt dat de onderzoekers juist aan de culturele organisaties hebben gevraagd welke onderdelen van hun bestaande werk volgens henzelf als herstelgericht kunnen worden gezien.
Volgens haar verschilt per samenleving wat mensen onder reparaties verstaan. Dat kan financiële compensatie zijn, maar ook onderwijs, cultuur, land, institutionele veranderingen of het opnieuw zichtbaar maken van onderdrukte geschiedenis.
Binnen REPAIR ligt de nadruk op cultureel erfgoed. Dat wordt breed opgevat en omvat volgens Mascat niet alleen musea, collecties en monumenten, maar ook onderwijs, taal en immateriële cultuur.
Restitutie van koloniale objecten maakt geen onderdeel uit van het project.
Curaçao
Curaçao wordt tijdens de bijeenkomst vertegenwoordigd door Zhwendeline Pieter, voorzitter en medeoprichter van de Association of Museums & Heritage of Curaçao.
Zij zal vertellen hoe erfgoedorganisaties op Curaçao gezamenlijk proberen cultureel erfgoed te bewaren, documenteren en opnieuw maatschappelijk betekenis te geven. Daarbij spelen volgens de projectomschrijving zowel koloniale erfenissen als snelle maatschappelijke veranderingen een rol.
Welke concrete Curaçaose projecten daarbij worden gepresenteerd, wordt in de schriftelijke antwoorden niet nader uitgewerkt.
Aruba: taal en zelfbeeld
Vanuit Aruba legt Vicky Arens-Tjon-A-Tjoe, directeur van Cas di Cultura, een direct verband tussen kolonialisme, onderwijs en zelfbeeld.
Zij vindt het problematisch dat Nederlands binnen het onderwijs als primaire taal wordt behandeld, terwijl Papiamento voor veel kinderen de moedertaal is. Volgens haar is een fundamentele discussie nodig over de positie van beide talen.
Arens-Tjon-A-Tjoe stelt bovendien dat kolonialisme nog doorwerkt in het zelfbeeld van Arubanen. Volgens haar voelen mensen zich in sommige situaties nog ondergeschikt aan witte mensen.
Herstel betekent voor haar daarom ook dat mensen meer kennis krijgen over hun eigen afkomst, cultuur en gebruiken en daardoor sterker en zelfbewuster worden.
Zij wijst eveneens op oude omgangsvormen in het onderwijs, waarbij kinderen volgens haar eerder worden geleerd stil en gehoorzaam te zijn dan zelfstandig een mening te vormen en die uit te spreken.
Bonaire en Nederlands filmarchief
Op Bonaire nemen Emma Louise Pratt en Bòi Antoin van Fundashon Históriko Kultural Boneriano deel. Zij richten zich op de problemen waarmee erfgoedorganisaties op Bonaire worden geconfronteerd.
Ook Eye Filmmuseum is partner in het project. Het museum onderzoekt en restaureert zijn filmcollectie uit het Nederlands-Caribisch gebied.
Volgens hoofdconservator Leenke Ripmeester zitten er hiaten in de collectie en ontbreekt kennis over de Caribische filmcultuur. Samenwerking met organisaties op de eilanden moet helpen die lacunes te herstellen.
Zij benadrukt dat het materiaal uiteindelijk vooral toegankelijk moet zijn voor mensen op de eilanden zelf.
Nog geen structurele financiering
Het Dutch Caribbean Network for Cultural Justice moet voorkomen dat de samenwerking na september stopt. Het netwerk moet organisaties op de eilanden met elkaar verbinden, hun zichtbaarheid vergroten en de samenwerking met Nederlandse instellingen versterken.
Hoe het netwerk precies wordt ingericht, wordt op 23 september besproken.
Voor structurele financiering bestaat nog geen oplossing. Volgens Mascat kan universitaire financiering incidentele activiteiten ondersteunen, maar is voor een permanent netwerk langdurige financiering nodig.
Voor haar is het project pas echt geslaagd als de huidige samenwerking uitgroeit tot een duurzaam netwerk.
Herstel van koloniale erfenissen vraagt volgens Mascat niet alleen gesprekken en bewustwording, maar ook tijd, energie en materiële steun.





































